Interview met Nikki Kirpestein

Rizoom: Welke opleiding doe je ?

Nikki Kirpestein: Ik zit op fine art op de aki [Academie voor Kunst en Industrie, onderdeel van de Artez] in de richting painting/2D kunst, ik zit nu in het derde jaar.

RZ: Waar ben je op dit moment mee bezig? Wat ben je aan het leren?

NK: Op dit moment ben ik bezig met leren schilderen, en ik zoek graag naar alternatieven om te schilderen, omdat schilderen heel breed is. Ik werk graag met pigmenten, maar maak ook graag aquarellen omdat dit zo goed vloeit. Water is een element in mijn werk dat telkens terug komt, wat ik ook doe. Met olieverf werk ik ook, maar dat is heel frustrerend, het werkt langzaam. Ik moet eerst mijn wildheid geuit hebben in een ondergrond met inkt en daarna kan ik vaak verder met de olieverf, omdat ik dan die agressie in de onderlaag heb kunnen uiten, kan ik me daarna in de rust bevinden om te gaan schilderen. En soms ook niet omdat die perfectie me dan helemaal tegen houd waar ik dan dingen ook echt kapot maak. Ik zoek naar de abstractie in de echte vormen, en probeer me mijn eigen expressief wilde hand soms te controleren, maar meestal valt dan alles in elkaar als een soort catastrofe. Als ik me op het spel van schilderen focus in plaats van het ‘moeten perfectioneren’ komen er dingen uit die makkelijker te bekijken zijn. Het werk is vaak wild en er zit veel in, mensen kunnen er onrustig van worden is me door ze verteld. Ik word ook onrustig als ik mijn eigen instagram bekijk, maar ik vind het dus een uitdaging dat van mezelf te accepteren om die perfectie tegen te gaan, en de gevarieerde beelden te zien als een proces die zich koppelen en bundelen om zo weer op nieuw werk te komen dat uiteindelijk wel goed is. In de fotografie ben ik al langer bezig. Ik heb hiervoor een opleiding gedaan aan de fotovakschool, dat was niet zo heel vrij en mensen begrepen niet echt wat ik maakte.
Op de aki wel. Ik ben indirect bezig met fotograferen als ik schilder en schilderen als ik fotografeer, ik probeer een soort vermenging van beiden kanten te vinden die dan vergelijkbaar met elkaar kunnen zijn. De ene kant is fotografie en het getrainde oog om in de realiteit je te verliezen in bepaalde vormen die volledig abstract zijn.
De andere kant is het schilderen, en die abstractie naar je eigen hand te zetten, en dat doe ik niet met een voorlopend plan. Soms wel, soms gebruik ik ook foto’s maar dan moeten deze schilderwerken ook snel gemaakt worden om de losheid te bewaren. Maar meestal werk ik vanuit mijn intuïtieve gevoel, en een vraagstelling richting mijn werk voordat ik het ga maken. Meestal is dat: wat gebeurt er als ik dit doe? Het gelukkigste ben ik als in mijn werkproces nieuwe technieken ontdek en uitvind.


RZ: Welke processen heb je tot nu toe doorlopen vanaf dat je met de opleiding begonnen bent?

NK: Aan het begin was ik helemaal bang om te schilderen, het ging van alleen lijntekeningen naar schilderen, ik weet nog dat een docent uit het niks zei: “en nu ga je iets van 2 meter bij 1,40 maken.” Ik in paniek: “hoezo?” Hij zei :”omdat het kan” met een grijns op z’n gezicht, ik zei: “nee kan ik dat?” hij zei :”weet ik niet, en jij weet het ook niet, je weet het pas als je het doet, doe gewoon.”
Nooit gedaan, een hele week in mijn broek gescheten voordat ik op dat formaat ging schilderen, en daarna was ik zo opgelucht dat het toch mee viel. En ik ontdekte hoe gaaf ik het vond groot te werken.  Ik durfde niet eens met bepaalde kleuren te werken. Gelukkig ben ik daar wel van genezen en kan ik nu gewoon werken met vele kleuren.
Nu ben ik er achter gekomen dat mijn werkwijze heel vrij is, en daarmee is iets conceptueel in elkaar zetten lastig. Wat ik dan het liefst zo breed mogelijk trek.
Mijn werk is onlosmakelijk verbonden met hoe de wereld op me binnenkomt en hoe ik mijn stem moet laten horen als iemand die probeert te zeggen dat mensen bij zichzelf moeten blijven, en dat ik probeer te laten zien dat ik dat ook doe.

RZ: Hoe verbind je de verschillende media ( fotografie, schilderen, tekst, muziek) met elkaar ?

NK: Losgemaakt van elkaar doe ik alles apart om zo weer verder te komen in het schilderen.
Muziek wordt nu iets op zichzelf staand, omdat ik zo veel ervan maak. Vroeger dacht ik altijd muziek te gaan studeren. En toch ben ik op beeld terecht gekomen omdat muziek schrijven even niet wilde voor een aantal jaren. Toen ben ik gaan fotograferen. Later kwam daar weer poëzie bij. Tekenen heb ik altijd gedaan. Dat was een soort constant medium dat altijd weer terugkwam, hoe frustrerend het ook geweest was vaak. Ik wil kijken wat de grenzen zijn van fotografie en schilderen. Als ik alles zou moeten uitleggen hoe het proces werkt, dan is het zo dat ik constant bezig ben op dit moment met aparte dingen van elkaar te ontwikkelen, om ze later samen te bundelen in vorm installaties, of film. Dat is dan het plan natuurlijk. Voor alles heb ik redelijk veel plankenkoorts voordat ik ze doe, en dan blijf ik een tijd me concentreren op het ene medium om later in het andere medium over te gaan, zodat ik ze dus later kan bundelen. Ik kan dat ook niet pushen, want dan zou het spel wegvallen en dan vallen dingen in elkaar als een soort catastrofe en heeft het geen harmonie, of raak ik ontzettend verdwaald in mijn proces.
Zelfs met fotografie en schilderen is het zo dat ik ze nu met elkaar vergelijk en als elkaars verlengde zie. Want met fotografie heb ik altijd al gezegd dat ik aan het schilderen was met het medium fotografie, dus als je mijn schilderwerk en fotografie werk naast elkaar legt staan zij als vergelijkingsmateriaal in elkaars verlengde. Ik merk wel dat ik beeld het beeld wil houden en tekst als omschrijving van mijn werk alleen in een poëtisch beeldende vorm uitgelegd kan worden zodat men als beelddenker een soort indruk krijgt van hoe ik werk en van mijn belevingswereld. Het is abstract voor mij om m’n beleving in een normale manier uit te leggen omdat dat poëtische denken zich constant in mijn hoofd afspeelt. Daarom gebruik ik nu zo veel woorden.

R: Hoe maak je keuzes als je aan het werken bent? Waardoor laat je je leiden?

NK: Mijn hart en ziel zit in het werk. Ik werk vanuit mijn gevoel en dan zijn daar bepaalde gemoedstoestanden in te ontdekken. Als ik boos ben of verdrietig of eenzaam is mijn werk vaak donker, als ik gelukkig ben dan heeft het die speelsheid in zich. Ook werk ik vanuit de vraag: Wat gebeurt er als ik dit doe? Mijn enthousiasme komt voort uit het eindeloze experiment.

RZ: Hoe zie je je rol als kunstenaar in de hedendaagse maatschappij?
 
NK: Mensen zijn vergeten te spelen. We zijn geïndoctrineerd door een schoolsysteem die volgend is en niet om zelf na te denken. Ik wil met mijn werk laten zien dat veel mensen niet moeten vergeten dat ze ooit kinderen zijn geweest, en zich moeten afvragen wat ze voor dromen hadden en welke ze nooit echt doorgezet hebben. Ik wil ze zichzelf laten afvragen of ze zichzelf echt wel kennen, als het grootste deel van de dingen die ze kennen zijn aangeleerd. Ook bijvoorbeeld als mensen dronken worden, komt er een deel van hun impulsiviteit soms naar boven dat overeenkomt met het spel van een kind. Mensen schamen zich ervoor en zeggen daarna dat ze dronken waren. Maar dat is een excuus, het dronken zijn kan ook een verlangen zijn naar dat oude spel wat je als kind in je serieusheid altijd al had kunnen doen, en niemand die er raar van op keek. Volwassenen mogen niet meer spelen is het algemene idee, in Nederland is de uitdrukking ‘doe normaal want dan doe je al gek genoeg’. Maar die mensen vragen zich nooit af wat normaal dan echt is? Niks is normaal. En normaal komt voort uit angst. Ik zie een algemene frustratie die vele mensen laat doorgaan in drank en seks, waarin ze eigenlijk zoeken naar een soort acceptatie dat ze wel “goed” zijn.

RZ: Welke rol speelt (de invloed van) sociale media in jou proces?

NK: Omdat ik dit in de buitenwereld zie keer ik in mezelf. Vraag ik me af wat ik voel en waarom. En ik uit dat dan in mijn werk. Ik probeer mezelf te leren kennen, te ontwikkelen, om zo duidelijk te maken dat een mens zich kan losmaken om zo hun gevoelens te uiten. Ik wil een mens bewegen, door zelf vrij te zijn, hun te bevrijden van angsten door ze misschien juist wel te confronteren met soms een onaantrekkelijk beeld of juist aantrekkelijk beeld. Ik wil de contrasten laten zien van liefde en angst, en transformaties van het een naar het ander, ik wil de beweeglijkheid van het leven laten zien in al zijn fragmenten. Ik wil mezelf geruststellen dat alles wat ik doe goed is zoals het is ook al ziet het er niet uit, maar dat ik het geuit heb is het belangrijkste. Het gaat om het doen. Het maken, het actie ondernemen.
Wat ik daarmee wil doen is dat mensen zich ook al is een schilderij niet aantrekkelijk van mij richting hun of maakt dat dingen in hun los, juist te confronteren met het ‘lelijke’ of ‘mooie’ beeld, om hun zo bewust te maken van hun emoties en zichzelf meer te accepteren. Mijn werk gaat over zelfacceptatie door zelfontplooiing. Zelfontwikkeling heeft vele beelden.

 Nikki Kirpestein

Nikki Kirpestein